MINISTER VAN JUSTITIE REAGEERT OP OPEN BRIEF AFF

BH-6-september-2008Minister van Justitie Jo Vandeurzen (foto 2) reageerde gisteren in een mail aan het Anti-Fascistisch Front (AFF) op de Open brief die het AFF hem en minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael hadden gestuurd over de Ian Stuart Donaldson Memorial die Blood and Honour Duitsland vandaag inricht (zie: http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20080904). Vandeurzen verstuurde zijn antwoord aan het AFF ook als persbericht. Hier zijn reactie, in het artikel hierboven reageren we op zijn brief.

Jo Vandeurzen: “Ik heb met aandacht kennis genomen van de open brief van het Anti-Fascistisch Front, betreffende een eerbetoon die de zogenaamde Blood and Honour-groep aanstaande zaterdag mogelijks op het Belgisch grondgebied zou laten plaatsvinden. Het verkondigen van rassenhaat en het ontkennen van de genocide gepleegd door het Duitse nationaal-socialistische regime zijn verboden en strafbaar krachtens de wetten van 30 juli 1981 (wet tegen het racisme) en van 23 maart 1995 (wet tegen het negationisme). Het “behoren tot een groep of tot een vereniging die kennelijke en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt” en het verlenen van “medewerking aan zodanige groep of vereniging” is ook strafbaar (artikel 22, wet van 30 juli 1981).
 
Op 15 mei 2008 heeft de Minister schriftelijk aan de bevoegde instanties van het openbaar ministerie zijn bezorgdheid medegedeeld omtrent de manifestaties die extreemrechtse skinheadbewegingen en neo-nazigroeperingen regelmatig in ons land organiseren. Ingevolge de neo-nazibijeenkomsten van het voorbije voorjaar heeft het Federaal parket een onderzoek geopend, en neemt deze instantie de nodige maatregelen met het oog op coördinatie tussen de verschillende lokale parketten. Er wordt dus wel degelijk opgetreden op gerechtelijk vlak. Het is echter zo dat het gerechtelijk optreden momenteel na de feiten plaatsheeft.
 
De gerechtelijke overheid heeft mijn attentie gevestigd op het feit dat gerechtelijk optreden sterk bemoeilijkt wordt omdat voornoemde groeperingen bijzonder omzichtig te werk gaan, ondermeer door de precieze locatie van hun samenkomsten pas op het allerlaatste moment prijs te geven. De gebruikte vergaderruimte zijn veelal private aangelegenheden die gehuurd worden onder een andere naam en/of onder het mom van onschuldige activiteiten binnen de private sfeer. Daarom is een gerechtelijk optreden op het moment zelf van de feiten, tijdens de manifestatie, zeer moeilijk.
 
Binnen het huidige wettelijke kader is het niet mogelijk om gebruik te maken van doorgedreven opsporingstechnieken zoals telefoontapmaatregelen en infiltratietechnieken. Ik stel vast dat binnen het parlement sinds een paar maanden initiatieven genomen worden en overleg is tussen verschillende partijen om wetgevende initiatieven te nemen ten einde niet alleen het gerecht maar ook de bestuurlijke overheid beter te wapenen om sneller en desgevallend tijdens de manifestatie te kunnen optreden.”